Martin & Nancy op reis...

Alice Springs – Darwin

Vandaag kunnen we lekker uitslapen tot zeven uur. Na wat kevers gedood te hebben, kunnen we nog even lekker douchen voordat we met de huurauto naar het vliegveld rijden. We zijn natuurlijk weer erg vroeg, maar dat geeft ons meer tijd om te kunnen genieten van de gratis internetverbinding die je hier van Qantas krijgt aangeboden. Dat wisten we niet vantevoren, maar is wel mooi meegenomen. Meteen nog even wat fotootjes uploaden en wat mails versturen en dan gaat de tijd best snel.

Onze vlucht (QF 1936) van Alice Springs naar Darwin vertrekt mooi op tijd. Met zo'n kleine twee uur vliegen moeten we rond kwart voor twee in Darwin aankomen. Voor het eerst is de vlucht slechts half vol. Of dat aan de bestemming ligt of aan het vertrekpunt weet ik niet, maar zo zitten we in elk geval niet om bagageruimte verlegen.

Als we onze tassen verzameld hebben, gaan we onze stoere 4WD (Toyota Prado) ophalen. Helaas blijkt de auto nog niet klaar te zijn en moeten we zeker nog zo'n twintig minuten wachten voordat we onze auto krijgen. Voordat we met onze tank de weg op gaan, checken we nog even of we een reservewiel hebben en de benodigde hulpmiddelen om de band te verwisselen indien nodig. We gaan hier natuurlijk een aantal onverharde wegen rijden en we hebben gezien hoe slecht ze kunnen zijn en toch ook regelmatig mensen met een platte band langs de kant van de weg zien staan.

Aan het einde van de middag komen we bij de Travelodge Mirambeena Resort (http://www.travelodge.com.au/travelodge-mirambeena-resort-darwin/home) aan. Het was voor Martin weer even wennen om te schakelen (met links) en het formaat van de auto in te schatten. Wat een bakbeest!

Eenmaal ingecheckt, duiken we even lekker in het zwembad om een beetje af te koelen. Op momenten als deze, zou je bijna denken dat we echt vakantie hebben. Ook het eten bij het restaurant smaakt niet verkeerd. Daarna nog even naar Woolworths (megagrote supermarkt) om in te slaan voor de komende dagen en dan kunnen we lekker naar bed.

Red Centre (Watarrka NP)

We starten de dag al vroeg, zodat we rond zonsondergang naar de Kings Canyon carpark kunnen rijden. Dit is het startpunt voor onze Kings Canyon Rim Walk, een wandeling van zo'n 7,4 km, maar met zeker aan het begin een behoorlijke moeilijkheidsgraad, waardoor je er zo'n 3,5 uur over doet.

Om zeven uur beginnen we aan de zware klim naar de top van Kings Canyon en lopen in zo'n 3 uur de wandeling. Niet slecht! Het is een erg mooie wandeling en zeker de moeite waard. Je hebt prachtige uitzichten op de Canyon, de Garden of Eden (een groene oase met waterpoeltjes), stijle rotspartijen waar normaal gesproken een waterval is (nu dus helaas niet en dan zitten we nog maar aan het begin van het droge seizoen, maze of weathered sandstone domes (een soort koepelachtige afgesleten gesteente) en prachtig rode libelles. Als de zon op de rotspartijen schijnt, kleuren deze prachtig rood. Tja, het heet hier natuurlijk niet voor niets het 'Red Centre'.

Als we klaar zijn met onze wandeling is het tien uur en inmiddels zo'n 33 oC. Moe maar voldaan kruipen we in onze bloedhete auto. Voordat we onze rit naar Alice Springs vervolgen, rijden we eerst even terug naar het resort om te tanken (ja, we hebben geleerd van de vorige keer).

Daarna is het een rit van bijna vijf uur, waarbij we de eerste 50 km achter een heuse roadtrain aanrijden. Deze jongens zijn monstertrucks met hierachter gemiddeld zo'n 3 aanhangers, die met een denderende snelheid over de wegen racen. Ze rijden nog net niet de maximum snelheid, maar rijden aardig door en door de kwaliteit van de weg slingert hij behoorlijk. Aangezien er op de wegen hier geen overtaking-lanes zijn, is het verstandiger er achter te blijven rijden en voldoende afstand te houden.

Onderweg zien we een aantal dode kangoeroes. De soort die hier leeft is, geloof ik, de grootste. Ze zijn een stuk lichter van kleur en kunnen makkelijk zo'n 2 meter worden. Helaas zien we alleen de dode exemplaren. Verder zien we behoorlijk wat bushfires. De meest opvallende zijn een ontzettend grote die kilometers wijd strekt en een behoorlijk rookgordijn veroorzaakt en een kleinere waarvan de vlammen tot aan de weg waarop wij rijden reiken.

Als we Alice Springs naderen zien we dat de fire hazard op 'severe' staat en zien we ook hier weer een flinke bushfire over de top van de Bergen lopen.

Daar waar onze eerste nacht in het All Seasons Alice Springs Oasis niet veel bijzonders was, krijgen we nu een gratis upgrade van onze kamer. We hebben nu zelfs een semi-privé zwembad en een grotere kamer met iets betere faciliteiten. Dat is toch weer mooi meegenomen. We maken gebruik van ons kwartiertje gratis internet om voor onze vlucht in te checken.

Martin is net weg om een hapje eten te halen, als ik een geluid hoor dat lijkt op regen. Ik loop naar het balkon om te kijken of ik Martin terug zie komen. Blijkt dat het geen water regent, maar vieze grote kevers die met bosjes uit de lucht komen vallen en o.a. op onder balkon landen. Gatver! Ik hoop dat dit niet overal het geval is, want dan krijgt Martin dus een douche van kevers... Dat blijkt gelukkig niet het geval te zijn. Blijkbaar was de 'bui' erg plaatselijk en heeft zich vooral beperkt tot het resort.

Red Centre (Uluru – Kata Tjuta – Watarrka NP)

Als we uitchecken, geven we aan dat we zeer ontevreden zijn over de kwaliteit die geleverd wordt voor de prijs die je hier voor een kamer moet betalen. De vriendelijke jongen achter de balie geeft aan dat het inderdaad wel erg duur is, maar kan hier natuurlijk verder ook niet veel aan doen. We hoeven in elk geval niet de 1% toeslag die ze rekenen om met creditcard te betalen.

Tegens zonsopkomst rijden we naar Uluru. Gelukkig is het zicht vandaag beter dan gisteren. We komen een stel oudere toeristen tegen die erg teleurgesteld zijn met het uitzicht en als we vertellen dat dit het beste is dat we tot nu toe gezien hebben, worden ze er niet vrolijker op. Zij hebben eerst Kings Canyon aangedaan en weten ons te vertellen dat dat veel meer de moeite waard is dan het schouwspel hier. Ook weten zij te vertellen dat er een soort smog hier hangt (wat wij ook al hadden gemerkt, maar niet wisten wat de oorzaak ervan was), die veroorzaakt wordt door de vele bushfires.

Doordat het zicht nu beter is, rijden we ook nog 'even' terug naar het viewpoint van Kata Tjuta. Daarna kunnen we op weg naar Watarrka NP. Het tankstation bij het resort kunnen we niet direct vinden, dus vertrekken we op weg naar het volgende dat zo'n 80 km verder ligt. Wat ik niet weet is dat onze tank nog maar voor minder dan 1/8 gevuld is met benzine (dat was Martin even vergeten te vertellen...). Eenmaal onderweg gaat het lampje al snel aan en wordt Martin een beetje zenuwachtig. Tja, die 80 km gaan we dus niet meer redden. Toch zijn we al behoorlijk wat kilometers van het resort verwijderd. Wat nu? Toch maar omdraaien en hopen dat we het redden... Dat lukt nog net en met een gerust hart en een uur vertraging rijden we (opnieuw) richting Watarrka NP. Onderweg zien we nog een bushfire in de verte, maar verder is het vooral gewoon doorrijden.

We rijden eerst naar een viewpoint op Kings Canyon, maar na een snelle plaspauze en een poging tot foto's van het uitzicht te maken zonder vervelende agressieve vliegen erop, gaan we snel naar de Kings Canyon Car Park om van daaruit de Kings Canyon Creek Walk te doen. We willen eigenlijk de Kings Canyon Rim Walk doen, maar aangezien deze wandeling zo'n 3,5 uur duurt en het nu op het heetste van de dag is, besluiten we nu even genoegen te nemen met een korter alternatief. De Creek Walk lopen we in een kleine drie kwartier en leidt je langs en door de droge bedding van Kings Creek.

Nu op naar het Kings Canyon Resort (http://www.kingscanyonresort.com.au/) om hopelijk een beetje af te koelen. We krijgen de sleutel van onze kamer en zien nog enkele leuke souvernirs, die we dan ook meenemen. Voor de kamer is het woord kamer eigenlijk nog te groot. Het is een hok met een twijfelaar op wielen erin en eigenlijk ook niet veel meer dan dat. We wisten dat de toiletten en douche gedeeld zou zijn, dus dat is geen probleem. De beschrijving op internet is echter een beetje misleidend, want het lijkt alsof je wel andere faciliteiten op je kamer hebt, die er dus niet zijn. Daarnaast zou het hok airco moeten hebben, alleen is de airco die alle kamers in dit blok van koele lucht moet voorzien stuk. Lekker met zo'n 35 oC buiten!

Na een korte powernap gaan we naar het sunset viewing platform van de lodge. Het uitzicht is op zich niet verkeerd, maar het licht valt niet mooi op het indrukwekkende gebergte, dus besluiten we al snel om richting restaurant te gaan.

Na een lekker avondmaal gaan we weer terug naar ons hok en hopen we een beetje te kunnen slapen in deze hitte...

Red Centre (Uluru - Kata Tjuta)

We vertrekken tegen zonsopkomst naar Uluru, een flinke rit van zo'n viereneenhalf uur. Uluru (Ayers Rock) is een van de bekendste en beroemdste bezienswaardigheden die Australië rijk is. Deze reusachtige monoliet is 348 meter hoog. Het is een heilige plaats voor de Aboriginals die door het Anangu-volk samen met de Australische overheid wordt beheerd. Samen met de rotskoepels van Kata Tjuta vormt Uluru het Uluru-Kata Tjuta National Park dat sinds 1958 bestaat en in 1987 een plaats kreeg op de Werelderfgoedlijst. Bijzonder aan Uluru zijn de kleurschakeringen: donkerrood bij zonsopkomst via oranje naar paars en grijs later op de dag.

We hebben vandaag pech met het weer. Het is mistig, regenachtig weer. Zelfs hier in het Red Centre, waar het normaal gesproken broeiend heet en ontzettend droog is, hebben we slecht weer. Zoveel pech kan een mens toch niet hebben? Nee hoor, later zal blijken dat het niet aan ons ligt. Blijkbaar is het hier al een hele tijd veel te regenachtig voor het seizoen en is de natuur een beetje van slag. Tja, niks aan te doen, maar een foto van de prachtige rode kleur van Uluru en Kata Tjuta, die juist zo kenmerkend is, is helaas niet te maken. Hopelijk wordt het morgenochtend nog wat beter...

Na een bezoek aan het Cultural Centre van Uluru, waar we twee authentieke boemerangs kopen voor het schamele bedrag van AUD 300, rijden we naar Kata Tjuta. Eerst naar het uitzichtpunt, maar ook hier geldt veel mist of stof in de lucht. Dan maar Valley of the Winds, waar we een wandeling maken naar een van de uitzichtpunten (Karu Lookout). Daar staat een hippiestel met een waarschijnlijk eigen gemaakt nummer de bergen toe te zingen (en helaas niet altijd even zuiver) en zijn helemaal in hun eigen wereldje.

We rijden naar Yulara, waar we bij het Ayers Rock Resort (Outback Pioneer Lodge http://www.ayersrockresort.com.au/outback/) inchecken. Deze kamer is twee keer zo duur als de gemiddelde prijs van de andere kamers die we tot nu toe gehad hebben, maar zeker de meest primitieve. Het licht doet het niet goed (flikkert als waren we in een disco) en we hebben zelfs geen nachtlampjes. Tja, geen aanrader dus, maar wil je hier een beetje normale kamer hebben, dan begint de prijs waarschijnlijk bij AUD 350 per nacht.

We rijden nog een keertje terug naar het viewpoint op Uluru, in de hoop op beter uitzicht. Helaas, er hangt nog meer rotzooi in de lucht en de camera kan inmiddels al niet meer scherp stellen op deze gigantische monoliet. Ook de vele vervelende vliegen waar we eerder vandaag al kennis mee gemaakt hebben, zijn nog niet verdwenen. We wachten tot half zes en besluiten dan maar terug te gaan naar het hotel.

Ze hebben hier een soort doe-het-zelf-BBQ buffet. Je kunt zelf je etenswaar aan de balie rauw kopen en vervolgens op gereed staande en warm gestookte BBQ's koken. Daarnaast is er een buffet met verschillende salades en andere bijgerechten. We besluiten voor deze optie te kiezen en eten zowel emu als krokodil. Heel bijzonder is het niet, maar wel leuk om een keer geprobeerd te hebben.

Adelaide - Alice Springs

We staan behoorlijk vroeg op om na een lekker ontbijtje op bed, met de huurauto naar het vliegveld te rijden. Eerst nog even op zoek naar een tankstation, zodat we de auto met volle tank kunnen afleveren en dan is het even zoeken naar de inleverplek van Hertz. Na wat omleidingen weten we deze te vinden, om vervolgens het bordje 'closed' bij de balie aan te treffen. Dan maar naar de terminal en kijken of we daar verder kunnen komen. Dat loopt allemaal heel soepel. Ze checken de auto niet eens (wellicht omdat we toch all-risk verzekerd zijn) en noteren alleen de gereden kilometers (2.165 km in totaal).

Als geroutineerd vliegers checken we nu in voor onze vlucht en dan kan het wachten weer beginnen. Wetende dat we waarschijnlijk weer veel te vroeg waren, heb ik erop gerekend dat ik mijn reisverslag nu even fijn op het vliegveld kan bijwerken.

Onze vlucht (QF 723) van Adelaide naar Alice Springs vertrekt nagenoeg op tijd. Om kwart voor tien gaan we de lucht in en zo'n twee uurtjes later landen we in een geheel andere omgeving, de droge rode outback.

Het ophalen van onze huurauto gaat hier een stukje sneller. Het meisje achter de balie is echter niet bepaald het zonnetje in huis en baalt al als ik haar vraag om mij als 2e bestuurder op te voeren. Als daarna blijkt dat ze mijn geboorteplaats als achternaam heeft opgevoerd, kan er geen glimlach meer vanaf. We krijgen overigens wel een gratis upgrade van de huurauto. In plaats van de gereserveerde Toyota Corolla, ontvangen we een Toyota Camry.

We rijden naar het All Seasons Alice Springs Oases (http://www.accorhotels.com/nl/hotel-3113-all-seasons-alice-springs-oasis/index.shtml) en komen tot de ontdekking dat we nog niet kunnen inchecken. Honderden kamers, maar blijkbaar worden deze allemaal in drie kwartier gepoetst, want er is er geen een klaar voor ons. We lopen dus maar naar het Reptile Centre, waar we echte Australische reptielen kunnen bewonderen en in enkele gevallen zelfs mogen vasthouden. Wat opvalt zijn de vele soorten slangen, die ofwel giftig zijn ofwel wurgslangen zijn. Lekker! De dragons zijn overigens wel erg mooi. Deze willen we wel graag in het wild tegenkomen.

Weer terug naar het hotel om te kijken of onze kamer nu beschikbaar is, en ja hoor, we hebben geluk. Martin heeft zin om het stadje in te gaan en ik wil graag een boek lezen, dus nemen we beide een momentje voor ons zelf. Terwijl ik nog midden in mijn spannende thriller zit en nog niet ontrafeld heb wie de moordenaar is, komt Martin weer thuis met een rugzak vol boodschappen. Blijkbaar was er een immens grote supermarkt in dit niet erg indrukwekkend stadje en heeft meneer groots ingeslagen voor de komende dagen.

's Avonds eten we een hapje in de bar van het hotel, maar dat is niet echt de moeite waard. Voor de prijs die je ervoor betaald, mag je echt wel wat meer verwachten...

Kangaroo Island (3)

Als we wakker worden en de gordijnen openen, zien we een kleine wallabie voor het terrasje zitten. Wat zijn ze toch schattig. Eerst maar even douchen en daarna gaan we lekker buiten (met vest aan, want het is niet echt warm) ontbijten. Als we met het eten en de thee naar buiten lopen, komt de brutale wallabie al naar ons toe en wipt bijna onze kamer binnen. Zo brutaal zien we ze zelden. Helaas zijn alle brokjes al op, dus hebben we niks te eten voor de kleine rakker. Hij blijft ons goed in de gaten houden en komt regelmatig een kijkje nemen, maar blijft uiteindelijk toch een beetje gedesillusioneerd achter.

Na het ontbijt checken we uit en beginnen we aan onze laatste dag op Kangaroo Island. Eerst rijden we naar Emu Bay. Het is een mooi strand en een van de populairste plekken op het eiland. Nu is het echter, op een toeristenstel uit Tasmanië na, helemaal verlaten. Niet zo heel vreemd, gezien het vroege tijdstip en het bedompte weer. Toch maken we hier een korte strandwandeling en verzamelen wat mooie schelpen (of ze de rit naar huis overleven is de vraag, maar we proberen het in ieder geval). Van hieruit rijden we naar Emu Bay Lavender. De lavendel is op dit moment niet in bloei, maar het winkeltje biedt volop heerlijk geurende producten, dus kan ik de verleiding niet weerstaan om hier wat verzorgingsartikelen in te slaan.

Vanuit Emu Bay rijden we eerst naar Kingscote waar een pelikanenvoerderplaats is. Het voeren zal wel op bepaalde tijdstippen gebeuren (nu in elk geval niet), maar de pelikanen zijn er in elk geval. Veel actie zit er echter niet in, dus na een paar fotootjes houden we het hier voor gezien.

Dan verder naar de Emu Ridge Eucalyptus Distillery. Helaas is de eigenaar vandaag zijn boot aan het schilderen, dus krijgen we een soort doe-het-zelf pakket voor de rondleiding. Het is de enige commerciële eucalyptusolie distilleerderij in werking in Zuid-Australië en volgens mij zelfs in heel Australië. Natuurlijk is ook hier weer een winkeltje, waar ik mijn slag kan slaan.

Op weg naar onze laatste stop voordat we de veerboot op gaan, zien we prachtig gekleurde velden met koolzaad. Deze gelen bloemen steken prachtig af tegen het groene heuvelachtige landschap.

Pennington Bay is onze laatste stop en een prachtig surf strand en populaire plek om te vissen en zwemmen. Het weer is echter zo slecht, dat hier niemand te zien is. We besluiten in de auto, met uitzicht op deze baai, te lunchen en te wachten tot de lucht een beetje op trekt. Zeker de moeite waard, want uiteindelijk breekt een voorzichtig zonnetje door en kunnen we hier nog even genieten van onze laatste uurtjes op Kangaroo Island.

Bij de ferry aangekomen, zijn we veel te vroeg. We hadden oorspronkelijk de veerboot van 17.30 uur geboekt, maar al snel het bericht gekregen dat deze niet meer vaart en we naar de veerboot van 19.30 uur werden verzet. Nu blijkt echter om 16.30 uur ook nog een veerboot te gaan. We besluiten een gokje te wagen en te kijken of er op deze nog plek is. We worden eerst op stand-by gezet, maar krijgen al snel te horen dat er nog een plekje voor ons is. Gelukkig! Nog even gebabbeld met een fietser die we onderweg gezien hebben. Het blijkt iemand uit Scandinavië (ik geloof Noorwegen) te zien en denkt dat wij uit Zweden komen (het taaltje lijkt wel een beetje op de Nederlandse taal?). Hij heeft zojuist een lift gekregen van een local, die hem meteen een biertje heeft aangeboden in de auto en er zelf ook nog eentje neemt. Tja, dat is een van de weinige minpunten aan Australië, ze staan erom bekend om hun 'drink and drive'-gedrag.

Vanuit Cape Jervis is het nog zo'n anderhalf uur rijden naar Adelaide, waar we naar een uitdagend parkeerritueel, inchecken in het Mercure Grosvenor (http://www.mercuregrosvenorhotel.com.au/). Terwijl ik de bagage klaar maak voor de vlucht, gaat Martin nog even snel naar de supermarkt voor een pakje heerlijke Timtammetjes.

Kangaroo Island (2)

Vanochtend doen we het rustig aan. Eerst lekker een ontbijtje op bed en dan maken we ons op om naar de Hanson Bay Koala Sanctuary te gaan. Hier maken we een ontspannen wandeling langs de beroemde Koala Walk. Hier zien we niet alleen koala's, die lekker ontspannen in de laan van schaduwrijke eucalyptusbomen zitten. Alhoewel ontspannen... Het waait redelijk hard, dus volgens mij moeten ze zich goed vast houden om niet uit de bomen te vallen. Overigens zien we hier ook prachtige vogels zoals de Galah, de Crimson Rosella,de Scarlet Robin en de Cape Barren Goose. Net als we willen gaan, zie ik de kangoeroe die zich al eerder voor ons verstopte nog liggen en besluit een gokje te wagen en wat dichterbij te gaan. De kangoeroe is niet erg schuw, maar houdt me goed in de gaten. Net als ik weer weg wil lopen, komt hij in beweging en huppelt over het grasveld. Perfect!

Vanuit het Visitor Centre van het Flinders Chase NP lopen we de Platypus Waterholes Walk. Een wandeling van ongeveer twee uur, door de Black Swamp naar de Rocky River. Volgens de info zijn hier regelmatig mierenegels, goannas en met een beetje geluk een vogelbekdier gespot. We doen erg ons best om deze te spotten, maar komen niet verder dan een tweetal goannas en een kangoeroe die we verrassen als we de bocht om komen wandelen en bijna tegen hem aan botsen.

Weer terug bij het Visitor Centre kopen we wat souvenirtjes en een paar lekkere muffins. Als we van hieruit naar de seals willen rijden (zodat we deze ook met daglicht zien), waarschuwt een vrouw ons dat er zojuist een boom is omgewaaid. We besluiten toch een kijkje te nemen en ja hoor, daar ligt ie dan, dwars over de weg. Aangezien dit de enige route is naar de seals en de andere attracties, besluiten we maar terug te gaan naar de retreat.

Aan het einde van de middag zien we weer een wallabie tussen de struiken. Ik haal snel mijn brokjes en als het beestje het zakje hoort, komt hij al aangesprongen. De wallabie is aan een oog blind en het is duidelijk te merken dat hij beter hoort dan ziet. Met de juiste bewegingen weet hij waar hij naar toe moet en hij eet dan ook braaf uit mijn hand, een beetje schrikachtig van alle onverwachte geluiden, bijna mijn hele zakje leeg.

Terwijl ik het reisverslag bij werk, besluit Martin een wandeling in de omgeving te maken. Hij is nog maar net vertrokken als het flink begint te regenen. Hij is dan ook weer snel terug en besluit buiten op ons overdekt terrasje te wachten tot de bui voorbij is. Maar goed ook, want daardoor ziet hij de wallabie met kleintje in de buidel en maak ik het laatste restje voer op aan deze schattige moeder. Ik en helemaal verliefd geworden op deze beestjes!

In de hoop nog een echidna te spotten begint Martin even later toch nog aan zijn wandeltocht, maar komt helaas zonder resultaat weer terug.

Vanavond eten we in het enige restaurant hier in de buurt, namelijk dat van de retreat. Voor de eerste en enige keer bestel ik kangoeroe. Of het komt door de bereiding of doordat ik de beestjes inmiddels te leuk ben gaan vinden, het eten smaakt me niet echt. Het voelt bijna hetzelfde als hond eten, dus dat doe ik echt niet meer.

Na de thee in het restaurant gaan we terug naar onze kamer en nemen we als toetje een timtammetje (onze nieuwe verslaving!).

Kangaroo Island (1)

Na een landelijk ontbijtje met uitzicht op emu's, vertrekken we richting de veerboot. Je moet een half uur voor vertrek aanwezig zijn en al snel wordt duidelijk waarom. De veerboot is niet zoals in Nederland (aan de ene kant erop, aan de andere kant eraf), dus moeten de vrachtwagens achteruit de veerboot op en worden de auto's eromheen als opvulling opgereden. Wij krijgen een heel smal plekje achterin een hoekje. Ik moet als passagier inchecken, terwijl Martin met de auto instructies krijgt om deze te parkeren.

De overtocht van Cape Jervis naar Penneshaw duurt zo'n drie kwartier en de zee is redelijk kalm. Je ziet Kangaroo Island al vanaf de kust liggen. Het landelijke Kangaroo Island is beroemd om zijn kolonies robben, pelikanen, zeearenden en zeldzame dieren als mierenegel (echidna) en vogelbekdier (platypus). Kangaroo Island is een van Australië's grootste drie eilanden. Niet veel mensen leven op Kangaroo Island, het is een rustige, landelijke en zuiver, een uitstekende plek om te ontspannen tijdens een Australiëreis en een paradijs voor natuurliefhebbers. Er zijn geen grote steden op het eiland, geen autosnelwegen, grote hotels of openbaar vervoer. Veel wegen zijn onverhard en er is absoluut geen nacht leven. Maar de natuur zijn overweldigend en er is een rijke fauna.

We doen eerst even boodschappen bij de supermarkt in Penneshaw, want in het gedeelte waar wij overblijven zijn er geen andere voorzieningen dan die van het retreat waar we verblijven. Dan vervolgen we onze weg naar Seal Bay. Eerst denken we nog dat ook deze beestjes op vakantie zijn, maar al snel zien we de kolonie van Australische zeeleeuwen op het strand in de zon liggen soezen. Wat een schattige dieren... Hier en daar liggen er een paar in het water te spelen en zien we zelfs een stel erop uit trekken om te gaan vissen. De meerderheid ligt echter een beetje te dutten langs de waterrand.

Hierna rijden we naar een mooi uitzichtpunt op Vivonne Bay. We zijn nu illegaal bezig, want de weg naar het strand is onverhard en met een huurauto ben je niet verzekerd als je hier iets gebeurd. De weg wordt steeds slechter, maar we zijn er bijna, dus zetten nog even door. En dan is het genieten geblazen. Er ligt een oude pier bij ondiep water, dat de prachtigste kleuren blauw heeft. We besluiten hier te picknicken. Vreemd gevormde rotsen met oranje verkleuringen, erop beukende golven en een nieuwsgierige zeemeeuw als gezelschap maken deze picknick tot een goede actie.

Als we inchecken bij het Kangaroo Island Wilderness Retreat (http://www.kiwr.com/), hebben we nog wat tijd over en besluiten we naar Flinders Chase NP te gaan. Maar niet voordat ik de wallabie die ik bij de kamers zie rondhuppelen wat te eten geef. Vanuit de retreat hebben we een zakje voer gekregen en de wallabies zijn hier duidelijk aan gewend, want als ik dichterbij de wallabie kom om een foto te maken, komt hij me al nieuwsgierig onderzoeken op zoek naar voedsel. Ik besluit snel terug te gaan naar de kamer om wat lekkers voor deze kleine rakker te halen. Voorzichtig, maar gretig, eet de kleine kwijlebal uit mijn hand. Als hij de brokjes uit mijn hand eet, voel ik hoe zacht hij is, maar voel ik tevens ook het kwijl op mijn hand sijpelen.

Bij het NP aangekomen, kopen we een toegangskaart voor twee dagen en gaan als eerste naar de Remarkable Rocks. Het licht schijnt inmiddels prachtig op deze oranje gekleurde rotsen en op een enkele toerist na, zijn we hier helemaal alleen. Een vriendelijke man biedt aan een foto van ons tweeën te willen maken en we gaan graag op zijn voorstel in. Na de nodige tijd hier gespendeerd te hebben, rijden we nog even door naar de vuurtoren Cape du Couedic en Admiral's Arch.

De zon zakt steeds verder en het licht bij de Admiral's Arch wordt steeds mooier. De grot huisvest een kolonie van Nieuw Zeeland pelsrobben, die hier heerlijk liggen te luieren. Helaas moeten we voor zonsondergang op de retreat zijn, dus vertrekken we net voor het hoogtepunt.

Onderweg zien we verschillende kangoeroes op de weg. Zowel een groepje van een stuk of vier donkerbruine pluizige exemplaren, die midden op de weg zitten en ons verbaasd aankijken, als een springend exemplaar dat de weg twee keer over steekt. Erg voorzichtig rijden we verder en als beloning zien we ook nog een redelijk grote groep vlak langs de kant van de weg zitten. Dit is Kangaroo Island!

We gaan lekker BBQ-en en delen de tafel met twee Australische meisjes uit Adelaide. Zoals we ondertussen gewend zijn in Australië, beginnen ze een praatje en willen hun eten met ons delen. Na een simpele, maar lekkere maaltijd ruimen we op klaar om naar onze kamer te gaan. Dan klinkt er een gil... Een van de meiden is bij de vuilnisbakken besprongen door een possum. Het is er behoorlijk donker, dus ze had het beestje niet zien zitten. Wie er meer geschrokken is weet ik niet, het meisje of het beestje...